Leefbaarheid

Jeugd:
Willen we een evenwichtige samenstelling van de bevolking, dan is het nodig dat jonge gezinnen zich in de dorpen blijven vestigen. Jongerenhuisvesting moet een hoge prioriteit krijgen omdat nu de jeugd onvoldoende aan bod komt. De bouw van nieuwe en betaalbare levensloopbestendige woningen is noodzaak.

Dat wil zeggen; woningen die geschikt, of eenvoudig geschikt te maken zijn voor bewoning ongeacht de levensfase waarin de bewoner zich bevindt.

Ouderen:
Nederland vergrijst en dat vraagt de nodige verzorging voor onze ouderen. Ouderen die zo lang mogelijk zelfstandig in hun eigen woonomgeving willen blijven wonen en actief deelnemen aan het sociale leven, moeten daartoe ondersteund worden.

Voorzieningen moeten hier op zijn afgestemd. Indien de woonomgeving ook betrokken blijft bij de ouderen en omgekeerd, is dit het beste medicijn tegen de eenzaamheid waar steeds meer ouderen mee te maken krijgen. Ook de openbare ruimte moet waar nodig aangepast worden aan de beperkte mobiliteit van de ouderen.

Mantelzorg kan letterlijk een mantel der liefde zijn, die kinderen kunnen geven aan hun ouders. Mantelzorg is noodzakelijk maar ouders in huis nemen kan voor het gezin erg of zelfs te belastend zijn. De landelijke overheid promoot onder andere het invoeren van huisvesting in tijdelijke mobiele woningen (mantelzorg units) die gemakkelijk geplaatst kunnen worden op erven en in tuinen.

Om de doorlopende stijging van onze zorgkosten te temperen is het van belang dat het gebruik van dure professionele zorg zoveel als mogelijk wordt uitgesteld of beperkt. Inmiddels zijn in Nederland tal van zorgcoƶperaties opgericht die hierin zeer succesvol zijn. VDB/LO is van mening dat de gemeente een actieve rol kan spelen om in elke kern en wijk een soortgelijke organisatie van de grond te krijgen.

6.1. Woon- en leefklimaat
De kwaliteit van onze werk- en leefomgeving verandert voortdurend en steeds sneller. Techniek, mobiliteit en communicatie bepalen steeds meer ons leven; op onze werkplek, in het onderwijs en op straat. Rustpunt is voor ons, waar we wonen. Allemaal willen we goed en mooi wonen: liefst in een ruim huis met een gezellige tuin in een mooie omgeving. We willen sport- en speelmogelijkheden, scholen, winkels en werkgelegenheid in de buurt. Tegelijkertijd willen we ook dat het landschap, met zijn prachtige bossen, weide- en akkergronden met daarin verspreide boomgroepen, niet wordt aangetast. Echter al deze wensen concurreren met elkaar. Woningen, voorzieningen en bedrijven leggen beslag op (natuur)ruimte en doen een aanslag op het milieu. Punten van aandacht:

  • Onderhoud van openbaar groen;
  • Wegen, straten, bermen en trottoirs moeten in goede staat worden gehouden;
  • Voorkomen moet worden, dat er een gevoel van onveiligheid is;
  • Betrokkenheid van de burgers bij hun leef- en woonomgeving vergroten;
  • Leefbaarheidsniveau wijken en dorpen handhaven;
  • Goede balans in onze bossen voor natuur, recreatie, toegankelijkheid en onderhoud.

6.2. Woningbouw
Woningen dienen er te zijn voor al onze inwoners ongeacht het inkomen, leeftijd of gewenst dorp. Speciale aandacht voor de huisvesting van starters en ouderen die in hun eigen dorp willen blijven wonen. Ook in de kleine dorpen aandacht voor de bouw van koop- en huurwoningen.

Het VDB/LO koestert de bestaande natuurgebieden en natuurnetwerken zoals de ecologische verbindingszones. Uitgangspunt is dat nieuwbouw van woningen en andere voorzieningen aansluitend aan de bebouwde kommen moeten plaatsvinden en dat steeds wordt nagegaan of het wel de meest geschikte locatie is met het oog op behoud van natuur en milieu.

6.3. Schoon, heel en veilig in de buurt en in de publieke ruimte.
Het goed onderhouden van de dorpen en het buitengebied getuigt van respect voor onze inwoners. Daarvoor moeten de wegen, straten en pleinen goed onderhouden en schoon gehouden worden met voldoende aandacht voor zwerfafval en hondenpoep.

Waardevol groen en parken dragen bij aan het recreƫren en tot rust komen. Hier moeten we dus zuinig op zijn en mogelijk versterken.

Overlast, intolerantie en gebrek aan respect voor anderen bedreigen onze samenleving. In eerste instantie horen ouders hun kinderen op te voeden tot mensen die op verantwoorde wijze deelnemen aan de maatschappij. Als dit onvoldoende lukt, dan zal de samenleving moeten helpen. Tegen onaanvaardbaar gedrag van individuen of groepen moet worden opgetreden. Ook scholen, sportclubs en andere verenigingen hebben hierin een taak.Stimulering en een
preventieve inzet door de overheid is onontbeerlijk en het VDB/LO zal zich daar voor inzetten.